Nederigheid

Gunther Van Lany

Het was een god, groot, frisse kop, altijd lachende mond, en hij had van niemand schrik. De gids stond er licht geamuseerd op te kijken. Hij had er al zovelen zien passeren. Jong, sterk en overmoedig. Deze was geen uitzondering op de regel. Onvermoeibaar ook, jongens (en meisjes) die dachten dat een berg overwinnen neerkwam op fysieke uithouding. En dat hadden ze op overschot. dus waren er geen problemen.

Franz, de gids, bekeek dat anders. Niemand hier van het gezelschap wist dat hij al een paar vijfduizenders bedwongen had, en hij gerespecteerd werd door alle alpinisten met naam en faam. Niet zozeer om zijn klimkwaliteiten, die buiten kijf stonden, want op dat niveau hoefde niemand nog iets te bewijzen, dat was voor de jonkies.

Neen, Franz was een feest om mee te hebben omwille van zijn ervaring en de instinctieve manier waarop hij de juiste paden en routes uitkoos, maar ook omdat hij zo juist kon voorvoelen wanneer het weer zou omslaan. Meer dan eens had hij groepen gered door op tijd naar beschutting te zoeken, terwijl de lucht nog hemelsblauw was. Meer dan eens was dat advies in de wind geslagen en mocht hij er op uit trekken om ‘verloren schaapjes’ weer bij de kudde te brengen. Mocht het zo nuttig niet zijn, het zou griezelig genoemd kunnen worden. Iedereen die regelmatig in de bergen rondtrekt weet hoe verraderlijk het weer daar kan zijn. Venijnige rukwinden die overslaan naar ijzige plensbuien en sneeuw en tempeesten zonder weerga.  Voor je’t weet heb je er eentje mee die aan onderkoeling begint te lijden.

De groep die hij vandaag zou gaan begeleiden had eerst vreemd opgekeken toen ze hem met regenkledij en capes zagen verschijnen, met een immens zware rugzak. De twintigers hadden hippe klimpakjes aan en slechts het hoogst noodzakelijke in een minuscuul rugzakje. Het gejoel om de oude man was niet uit de lucht, ‘Hey ouwe hippie, heb je’t koud misschien?’ Last van de reuma, bompa?’ Hij let liet hem siberisch koud, installeerde zich buiten aan de hut, op een trapje, met een mok koffie en vroeg zacht aan de leider van het groepje om even mee te komen.

‘Iedereen moet stevige en warme kleren meehebben, regenbestendig ook, of ik vertrek niet’. Meer zei hij niet, en hij sprak het rustig uit, waarbij zijn blauwgrijze ogen onderzoekend en open in de richting van de reisleider keken. Het was één van de heetste dagen van augustus en nergens kon je nog maar een spoor van wolken vermoeden.

Franz deed er verder het zwijgen toe, en wachtte tot de groep klaar was. Hij was niet van plan om er nog een woord aan toe te voegen, en als ze nog lang hier bleven zou het zowiezo te laat zijn om de hut te berieken en moesten ze wachten tot morgen.

De groep besefte dat ook, dus een half uur later stonden ze, iets professioneler deze keer, klaar om de beklimming aan te vatten.

Het gesakker was de eerste uren niet uit de lucht, het zweet liep tappelings van hun ruggen terwijl ze in de moordende hitte naar boven trokken. Op Franz scheen het allemaal geen vat te hebben, hij ging onverstoorbaar verder.

De jonge man, in het gezelschap, die hij eerst had zitten bekijken kwam naast hem lopen. Hij had zich niet vergist in hem, dat wist hij. Hij bleek getraind te zijn en bleef ook nu nog lachen en grollen. Zijn vriendinnetje was uit hetzelfde hout gesneden. Two birds of a kind.   Hij vond het wel mooi, het deed hem denken aan zijn eigen jeugd. Hij besloot om even halt te houden, want hij voorvoelde de storm, en wilde niet dat ze op de laatste flanken in de problemen zouden komen.

Terwijl het gezelschap zich voorbereidde, pakten donkere wolken zich samen. Hij telde routineus de leden van de expeditie. Verdomme, er ontbraken er twee. als hij het niet gedacht had.. Haantje de voorste en zijn liefje waren er vandoor. Het werd mistig, de eerste regendruppels vielen en hun bepakking lag nog bij de rest. Hij mocht geen tijd verliezen, want dit ging fout lopen.

Een half uur later, terwijl de regen met bakken naar beneden viel, zag hij ze. Of tenminste hij zag de jongen, die doorweekt en rillerig, minstens zo blij was om hem te zien. ‘Daphne is gestruikeld en zit vast in die kloof hier, we wilden een grapje voorbereiden voor de groep, maar ’t is mis gelopen’ sprak hij bedremmeld.  Franz verloor geen tijd. Geroutineerd haalde hij touwen en pikhouweel tevoorschijn, bevrijdde het meisje en improviseerde een berrie. Haar been zag er lelijk uit, voor haar was het afgelopen.  Hij beval de jongen om terug naar de groep te gaan, ervoor te zorgen dat ze allemaal beschutting zochten terwijl hij een medevac voorbereidde.

De gast ging bedremmeld zijn weg en hij legde het meisje zo goed en zo kwaad als het kon buiten het bereik van de striemende regen. Ze zouden het wel halen. De helicopter was onderweg, hij had een goede plek uitgekozen zodat de groep dit kon uitzitten.

Na een half uur kwam de jongen terug. toch meer verstand dan hij gedacht had, en sterk ook, want hij had hun beider rugzakken mee. Het meisje werd zo warm mogelijk ingeduffeld, de jongen sloeg de ogen neer en scheen de enormiteit van zijn overmoed in te zien. Hij keek de oude gids recht in de ogen, en zei enkel ‘Dank u, sorry, ’t was erg dom!’. Maar uit die ene zin sprak zoveel nederigheid en begrip. Franz wist, deze gaat geen domme dingen meer doen in de bergen, die heeft zijn lesje geleerd.

Hij had ook zijn lesje geleerd, zelfs je eigen zoon moet je blijkbaar kort houden, als het over bergsport gaat!

Advertenties

Over guidooohh

Mensch, thirsty for life, interested in human interaction and curious about stupidity in general

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: