Miguel en de beschermengel

Miguel & Bent (@yveshanoulle)

Miguel, een eenvoudig mens, met een groot hart. En dat hart werd soms op de proef gesteld.  Niet omdat hij de verkeerde dingen doet of deed, verre van, maar omdat de zaken soms anders lopen dan hij verwachtte. En omdat hij er een bloedhekel aan had om mensen te ontgoochelen, niet in het minst hen die hij liefhad. Dat is met iedereen wel zo, maar het verbaasde hem in welke mate sommigen daar beter mee om konden dan hijzelf.

Zo ook de laatste jaren. Toegegeven, die waren niet van de makkelijkste geweest. Als kind had hij gesnakt naar het moment waarop hij volwassen zou zijn en zelf de verantwoordelijkheid zou kunnen nemen over zijn doen en laten. Nu zovele jaren later, was dat het geval maar het viel hem niet altijd even simpel, vooral omdat de gevolgen van veel beslissingen zich uitstrekten over veel meer mensen dan hij ooit voor mogelijk had gehouden.

Hij zat op een bankje in het park, één en ander te overdenken, toen er plots een vreemd heerschap naast hem kwam zitten. Lang, mager, in een donker pak, met een smetteloos wit hemd, en een mooie das. Maar het vreemdste aan de man waren zijn ogen, die hadden de tijdloosheid van eeuwige sneeuw. Grijswit, flonkerend, en uitermate geamuseerd keken ze in het rond, en ze namen alles in zich op alsof  het voor de eerste keer was dat hij het zag.

De man begon te praten. ‘U had geroepen?’ Miguel wist van niets, en voor hij begon te stamelen kwam de andere al weer aanzetten. ‘Ah, ja, dat gebeurt dikwijls die eerste keer, sta me toe dat ik me even voorstel. Ik ben Michiel, uw beschermengel. Ik weet dat u zich bij engelen iets voorstelt met vleugels, maar dat zijn sprookjes, sorry dat ik u die illusie moet ontnemen. Het zit zo, de eerste keer dat mensen echt nadenken over hun leven, dan willen we nogal eens komen helpen, omdat dat niet altijd even makkelijk gaat. U was daar mee bezig, en daarom hebt u waarschijnlijk niet gemerkt dat ik aangekondigd had om even langs te komen.’

Miguel was sprakeloos en bleef de vreemde man aankijken. Die ging onverstoorbaar verder. ‘Ja, die jongens van dat clubje uit Rome, die hebben het voor ons nogal wat verpest, omdat ze de indruk wekken dat het met bidden alleen wel zal overgaan. Dat zijn waanbeelden. Niks gaat over met bidden alleen, dat lijkt alleen maar zo. Wij komen in actie als we voelen dat er daadwerkelijk gedacht wordt, en soms doen we gewoon ook niets, als we zien dat het in orde komt. Sommige mensen hebben ons nog nooit in hun hele leven gezien, anderen vertrouwen ons met de ogen toe. Dat zijn die, die rondlopen met een glimlach… Die hebben vertrouwen in hun beschermengel gekregen. Soms is de klus ook te groot voor één beschermengel, en dan spannen we samen. Vele handen maken licht werk. Meestal wordt er dan een werkgroepje gevormd met de beschermengelen van de mensen die het dichtst bij elkaar staan, dat lukt vrij aardig, een paar overlegmeetings en dan is het varkentje wel gewassen.

Miguel wist niet wat te zeggen, maar slaagde er toch in, om een vraag te mompelen. ‘Hoe wil u mij dan wel helpen, hoe kan u dat?’

De grijsaard keek hem vriendelijk aan en lachte even. ‘Betrapt! Eigenlijk doe ik niets, ik kan ook niets. Maar ik help soms om redeneringen wat te ontvetten, ze juister te krijgen. Ik haal schuld weg waar die niet nodig is, ik vereenvoudig complexe redeneringen. Mensen hebben de neiging om zichzelf te veel schuld aan te praten, teveel verantwoordelijkheid te nemen. Dat is meestal niet nodig. Ik duw mensen met hun neus in de juiste richting, zodat ze blij zijn met hun beslissingen, en terugvallen op de mensen rond hen. Meer niet. Maar ik zie dat ik hier zelfs al niet meer nodig ben, een fijne dag nog verder, en hopelijk tot niet zo gauw….’ En hij wandelde weg, kaarsrecht, een kind een aai over de bol gevend.

Miguel keek rustig voor zich uit, en besefte ineens dat hij een ongelofelijk fijn leven voor zich had, waarin hij kon delen en geven en nog heel veel te verwachten had.

En het leukste, het meest ‘schone’, dat fijn vlaams woord, was de manier waarop hij tot dat inzicht gekomen was. Hij had een petekind. En dat petekind, niet alleen betekende het alles voor hem, maar hij kreeg ook de indruk dat het ventje zo heel erg veel van hem verwachtte. Maar niet op de manier waarop anderen iets van hem verwachtten. Neen, Bent keek naar hem op voor wie hij was en altijd zou zijn, een schoon mens waar hij van alles mee wou doen, en waar hij nog heel veel en heel lang mee wou samen de wereld ontdekken.

Bent wist wel dat zijn peter hem nooit in de steek zou laten…

Advertenties

Over guidooohh

Mensch, thirsty for life, interested in human interaction and curious about stupidity in general

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: